Woordenlijst voor beginners

Vragen en info die nuttig zijn voor mensen die starten met de hobby
Gebruikersavatar
Floris
Teamlid
Berichten: 4396
Lid geworden op: 16 juli 2007
Reputation: 519
Locatie: Enschede
Geslacht:
Leeftijd: 36
Contacteer:

Woordenlijst voor beginners

Berichtdoor Floris » 06 okt 2009, 20:14

Deze beginnerswoordenlijst is een korte en versimpelde versie van de verklarende woordenlijst van Mika.
Denk je dat een woord opgenomen zou moeten worden in deze lijst? Stuur dan een persoonlijk bericht.

Soortnamen van mieren worden altijd schuin geschreven. Daarom zijn vrijwel alle schuingeschreven woorden op AntForum namen van soorten mieren. Een voorbeeld is Lasius niger.

Abdomen: Zie gaster.

Afhankelijke koloniestichting: De koningin van mieren met een afhankelijke koloniestichting kan niet op zichzelf een nieuwe kolonie stichten. Daarom heeft ze hulp nodig van werksters om haar kolonie te stichten. Bij sommige soorten zijn dit werksters van haar moederkolonie (de werkster zijn dan haar zussen). Bij andere soorten breekt de jonge koningin binnen in een nest van een andere soort, doodt de koningin en gebruikt de vreemde werksters als slaven om haar larven op te voeden.

Anti-ontsnapping: Zie uitbraakpreventie.

Anti-uitbraak: Zie uitbraakpreventie.

Antworks: Gel-formicarium. Het gelformicarium werd ontwikkelt om tijdelijk het effect van gewichtloosheid op het graven van gangen door mieren te onderzoeken. Een gelformicarium is dus niet gemaakt om er lange tijd mieren in te laten wonen. Mieren gaan hierin langzaam dood.

Boosten: Het geven van poppen van dezelfde soort, maar uit een andere kolonie. Hierdoor zijn er van bij het begin meer mieren in de kolonie.

Bruidsvlucht: Het moment waarop de koninginnen en mannetjes van een kolonie uitvliegen. Na de paring kunnen de koninginnen eitjes gaan leggen.

Buitenwereld: Deel van het formicarium (kunstmatig mierennest) om de mieren voedsel aan te bieden. Een buitenwereld kan bestaan uit een eenvoudig plastic bakje.

Buizennest: Een formicarium (kunstmatig mierennest) waarin het nestgedeelte bestaat uit proefbuisjes.

Cocon: Een ingesponnen pop. Coconnen worden soms ten onrechte aangezien als 'miereneitjes'. De mier ondergaat in de cocon een metamorfose van larve naar mier.

Determinatie: Onderzoeken wat de soort is van de mier. Dit kan erg moeilijk zijn.

Feromonen: Feromonen zijn geurstoffen die oa. zorgen voor communicatie tussen de mieren.

Fluon: Merknaam van een vloeistof die wordt gebruikt als om mieren niet te laten ontsnappen. Fluon aangebracht op de onderkant van een oppervlak wordt wel eens plafluon genoemd.

Formicaria: Het meervoud van formicarium.

Formicarium: Een kunstmatig nest voor mieren. Een formicarium bestaat uit een nestgedeelte en een buitenwereld.

Fysogastrisch: Bij sommige mierensoorten kan het achterlijf door eten of eitjes zo groot worden, dat de rug- en buiksegmenten van het achterlijf uit elkaar gaan en je de vliezen er tussen kan zien. Dit zie je vaak als witte of lichte streepjes op het achterlijf.

Afbeelding

Gaster: Het achterlijf van een mier. Eigenlijk bestaat het achterlijf uit het gaster en een deel van het borststuk, het geheel (deel borststuk en gaster noemt men het abdomen).

Gyne: Ander woord voor koningin. Wordt vooral gebruikt omdat het korter en daardoor makkelijker te schrijven is.

Honingdauw: Afscheiding van bladluizen, gegeten door mieren. Bladluizen zuigen sap uit planten, halen hier enkele voedingsstoffen uit, en scheiden de rest af. Nagemaakt, kunstmatig honingdauw wordt honingdauwsurrogaat genoemd.

Kolonie: Een groep mieren die samenwerkt en dezelfde geur hebben. Mieren van andere kolonies worden herkend aan de geur en niet toegelaten in de kolonie.

Koningin: Het voortplantingsdier van de kolonie. Ze kan (moet) gepaard hebben en kan dan zowel bevruchte of onbevruchte eitjes leggen. Uit de onbevruchte eitjes komen mannetjes, uit de bevruchte werksters of koninginnen. Koninginnen zijn vaak veel groter dan de werkster, en kunnen een grote aantrekkingskracht op hen uitoefenen, waardoor ze voortdurend verzorgd en gevoed worden.

Larve: Uit een eitje komt een larve. Larven lijken een beetje op wormpjes. Als een larve volgroeid is, zal ze veranderen in een pop. Larven zijn niet zelfstandig en worden verzorgd in de kolonie.

Major: Bij sommige miersoorten zijn er werksters van verschillende grootte. De major werksters zijn de grootste werksters. Worden ook wel soldaten genoemd, maar dat is een misleidende naam: het zijn niet de werksters die het vechten doen.

Media: Bij sommige miersoorten zijn er werksters van verschillende grootte. De media werksters zijn de middelste in grootte.

Minor: Bij sommige miersoorten zijn er werksters van verschillende grootte. De minor werksters zijn de kleinste werksters.

Monogyn: Een kolonie of soort is monogyn als er maar één koningin is in de kolonie.

Naaktpop: Niet ingesponnen pop. Zie ook cocon.

Nanitics: Engelse term voor een eerste werksters van een kolonie. Omdat deze werksters alleen door de reserve van de koningin gevoed zijn, zijn ze een stuk kleiner dan gewone werksters. Deze eerste werksters nemen de verzorgende taken van de koningin over en gaan eten zoeken.

Paraffine-olie: Paraffine is een bijproduct uit destillatie van aardolie en wordt (onder andere) gebruikt als anti-ontsnappingsmiddel.

Plafluon: Zie fluon.

Pleometrosis: Het kan gebeuren dat na de bruidsvlucht enkele koninginnen samenwerken om een nieuwe kolonie te beginnen. Meestal splitsen ze terug op voor de eerste werksters geboren worden. Anders komt het tot een gevecht, waarbij er meestal maar een koningin overblijft. Polygyne kolonies (kolonies met meer dan een eierleggend koningin) ontstaan niet door pleometrosis, maar door het toevoegen van koninginnen aan een monogyne kolonie (kolonie met maar één eierleggende koningin).

Polygyn: Kolonie of soort waarbij er meer dan één koninginnen in de kolonie zijn.

Pop: Als een larve groot genoeg gegroeid is, wordt ze een pop. Uit een pop komt uiteindelijk een mier. Een pop eet niet. Zie ook: naaktpop en cocon.

Proefbuisje: Reageerbuisje, wordt veel gebruikt om (kleine) kolonies in onder te brengen.

Soldaat: Misleidende term die best zoveel mogelijk vermeden wordt. Het is beter te spreken over media of major.

Talkpoeder: Een wit poeder dat te koop is bij een drogist of apotheek dat gebruikt wordt als anti-ontsnappingsmiddel.

Taxonomie: De taxonomie geeft mieren namen, zoals Lasius niger en Camponotus vagus.

Trophallaxis: Overdracht van voedsel van mier op mier. Lijkt op een kusje.

Uitbraakpreventie: Om te zorgen dat de mieren niet uit hun nest of buitenwereld ontsnappen, zijn er middelen zoals talk en Fluon.

Vliegende mieren: Mannetjes en koninginnen hebben vleugels. Na de paring worden de vleugels door de koningin afgeworpen. De mannetjes gaan dan dood. Zie ook: bruidsvlucht.

Warmtemat: Elektrisch matje gebruikt om een nest te verwarmen.

Werkster: Vrouwelijke mier die werk verricht in de kolonie. Bij sommige soorten kunnen ze onbevruchte eitjes leggen die als voedsel dienen of waar mannetjes uitkomen.

Winterslaap: Mieren die in gebieden met een winter voorkomen, houden in de winter een rustperiode. Omdat deze soorten normaal altijd buiten zitten, hebben ze een winterslaap nodig.

Ytong: Lichte betonblokken. Ytong is erg goed om er formicaria mee te maken.
Antwoorden op veel gestelde vragen zijn te vinden in de Introductie mierenhobby.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast